Gasgevulde padelballen verschillen vooral in de dichtheid van de rubberen kern en het type vilt dat de buitenkant bedekt. Een kern met hoge dichtheid levert meer snelheid en een langere levensduur op, terwijl een lichtere kern juist meer controle en een tragere bal geeft. Het vilt bestaat uit natuurlijke vezels zoals schapenwol of uit synthetische vezels; synthetisch vilt is doorgaans slijtvaster en blijft langer in vorm. HEAD en Wilson bieden bijvoorbeeld varianten met een verstevigde kern, terwijl Dunlop en Adidas ballen met een specifieke opstuit voor verschillende ondergronden voeren. De keuze tussen deze varianten hangt sterk af van de baan waarop gespeeld wordt en het gewenste speeltempo.
Het verschil tussen een gasgevulde en drukloze bal wordt vooral merkbaar in de opstuit en de balsnelheid tijdens een rally. Bij een lagere interne druk stuitert de bal minder hoog, wat aansluit bij de compacte afmetingen van een padelbaan en zorgt voor gecontroleerde, snelle uitwisselingen. Temperatuur en luchtvochtigheid hebben ook invloed: bij koud of vochtig weer gaat een bal vaak trager en lager stuiteren, terwijl warm weer juist voor meer snelheid zorgt. Op grotere hoogte wordt vaak een tragere of beter controleerbare bal aangeraden, omdat de bal daar sowieso al sneller gaat door de dunnere lucht.
Bij het kiezen van gasgevulde padelballen let je op de balsnelheid, de dichtheid van de kern en het type vilt, afgestemd op het niveau waarop gespeeld wordt. Voor wedstrijden op hoog niveau is een bal met FIP-certificering en een consistente druk belangrijk, terwijl trainingsballen vaak wat voordeliger en minder gevoelig voor lichte drukverschillen zijn. Ook het type ondergrond speelt een rol: op kunstgras met veel vocht presteert een bal met slijtvast synthetisch vilt doorgaans beter dan een bal met natuurlijk vilt. Voor wie structureel speelt, is het de moeite waard om ook de bijpassende padelrackets op de balkeuze af te stemmen, net als padelballen in bredere zin voor variatie in het assortiment.
Padelballen zijn vrijwel altijd gasgevuld omdat deze vulling een stuit oplevert die past bij de compacte afmetingen van een padelbaan. Tennisballen kunnen zowel gasgevuld als drukloos zijn, afhankelijk van het gebruiksdoel en de baangrootte. Bij padel is de gasgevulde variant de vaste standaard, omdat de lagere interne druk beter aansluit bij de snellere, kortere rally's van het spel.
Een gasgevulde padelbal stuitert minder hoog omdat de interne druk lager is dan die van een tennisbal. Deze lagere druk zorgt voor een gecontroleerde, compactere stuit die aansluit bij de kleinere padelbaan. Reglementair moet een padelbal na een val van 2,54 meter terugstuiteren tot een hoogte tussen 135 en 145 centimeter, wat de gasvulling en de kernsamenstelling nauwkeurig bepalen.